|
Verdelerpompen; een uitstervend ras
Verdelerpompen bestaan er in vele gedaanten. Vele jaren is de verdelerpomp een volledig mechanische pomp geweest. De laatste generatie verdelerpompen beschikt veelal over elektrische en elektronische besturing. Een mechanische verdeler- of inspuitpomp controleert zijn eigen prestaties niet. Elektronisch geregelde pompen doen dat wel en beschikken daarvoor over verschillende actuatoren en sensoren die bewaking en ook regeling van de inspuiting mogelijk maken. De drukken die gehaald kunnen worden zijn hoog; aan de pompzijde van een VP44 pomp van Bosch wordt 145Mpa / 1450 bar gehaald. Aan de verstuiverzijde wordt dat dan door de drukgolf in de leiding maximaal 185Mpa OF 1850 bar Deze drukken zijn echter maar zeer kort aanwezig; alleen gedurende een kort moment tijdens de inspuiting. Het gebrek aan mogelijkheden qua drukopbouw en tijdstip van de verdelerpomp is hiermee zichtbaar gemaakt. Dat is de reden dat de verdelerpomp met het toenemen van de emissie-eisen nagenoeg niet meer gebruikt wordt door voertuig- of motorfabrikanten. Drukopwekking
Opbrengstbesturing
De brandstofhoeveelheid wordt bij de elektronisch geregelde pompen afgeregeld met een hoeveelheidsventiel. Dit ventiel sluit de terugweg voor de brandstof af, zodat de brandstof naar de verstuiver wordt geperst. Omdat dit ventiel zeer nauwkeurig te beheersen is, is de opbrengst van de pomp dat ook. Dit magneetventiel wordt vaak hoeveelheidsventiel genoemd, of spill-valve. Inspuitmomentregeling
Het inspuitmoment moet tot op de krukasgraad nauwkeurig zijn. Om dit te realiseren moet het inspuitmoment gemeten worden. Dat gebeurt met een Naald Bewegings Voeler op één van de verstuivers. Deze verstuiver heeft een ingebouwde sensor die de beweging van de verstuivernaald registreert. Met het bewegen van de verstuivernaald is immers het inspuitbegin bepaald. Met dat signaal wordt dan gelijk de brandstofpomp bijgestuurd door het motormanagement. De nokkenplaat wordt dan verdraaid zodat het inspuitbegin weer overeenkomt met de ingestelde waarde. Nokpositieregeling
Zowel op de krukas van de motor als in de brandstofpomp is een toerentalsensor geplaatst. Deze meet naast uiteraard het toerental ook de positie in de draaiing. Door deze twee signalen met elkaar te vergelijken kan de nokpositie worden vastgesteld en worden ingesteld voor het moment van inspuiting. In de uitvoering van het geheel zit natuurlijk onderling verschil tussen de toeleveranciers: Bosch, Denso, Delphi, Zexel en Stanadyne. Maar de werkingsprincipes zijn voor alle grotendeels gelijk. Om de aansturingen uit te kunnen voeren heeft Bosch hun VP29/30 en 44 pomp uitgerust met een pompstuurapparaat, waarin eventueel het motorstuurapparaat geïntegreerd kan zitten. De andere fabrikanten monteren geen stuurapparaat op de pomp, maar laten de aansturingen geheel over aan het motorstuurapparaat. |
||||||||||||||
|
|||||||||||||||